Op 6 juli presenteerde de expertgroep zoönosen in opdracht van het ministerie van LNV en VWS een rapport over de risico’s op het ontstaan en voorkomen van bekende en nieuwe zoönosen. De commissie heeft een brede analyse uitgevoerd; landbouwhuisdieren, gezelschapsdieren, wilde dieren, vectoren, menselijk handelen en ecologische veranderingen passeren de revue, zowel in internationaal als in nationaal perspectief.
Het rapport onderstreept dat zoönosen altijd kunnen voorkomen als mensen en dieren met elkaar in contact zijn. Vooral plaatsen op de wereld waar wilde- en gehouden dieren en de mens in nauw contact met elkaar staan zijn kwetsbaar. De belangrijkste risicofactoren voor het ontstaan van nieuwe zoönosen zijn ontbossing, transport/handel in wilde dieren en contact tussen wilde dieren en gehouden (landbouwhuis)dieren. De expertgroep concludeert dat een volgende grote uitbraak waarschijnlijk uit andere delen van de wereld komt, maar dat Nederland door de centrale ligging, reisbewegingen en de vele handelsroutes die via ons land lopen, kwetsbaar is. Ze dringt dan ook aan op een betere internationale samenwerking.
Het rapport doet 74 aanbevelingen voor zowel de humane als veterinaire gezondheidzorg, maar ook ten aanzien van de samenwerking tussen beide (bijvoorbeeld het verbeteren van gegevensuitwisseling). Daarnaast worden aanbevelingen gedaan ten aanzien van risico’s die voorkomen uit veranderingen in de ecologische structuur van ons land en de wereld. Binnen het One Health principe zou meer aandacht moeten zijn voor de samenwerking met ecologen en biologen, om de rol van veranderingen in het landschap voor het risico op zoönosen te kunnen monitoren. Ook worden aanbevelingen gedaan voor de inrichting van gebieden en de plaats van veehouderij daarin.
De expertcommissie introduceert tot slot het begrip zoönosengeletterdheid. Hiermee wil zij aangeven dat zowel het algemene kennisniveau van de bevolking, als het kennisniveau van specifieke groepen (dierhouders, reizigers, huisartsen, dierenartsen etc), omhoog moet. “Zoönosegeletterdheid houdt in dat mensen zich realiseren dat zoönosen een risico vormen voor de gezondheid van henzelf en hun dierbaren en zich vanuit dat besef informeren over de risicofactoren en hun aandeel daarin. Afhankelijk van hun omgang met dieren betekent zoönosegeletterdheid daarnaast dat mensen zich bewust zijn van de specifieke risico’s die passen bij de dieren waarmee zij in contact zijn.”
De komende maanden zullen de ministeries van VWS, LNV en EZK aan de slag gaan met de aanbevelingen uit het rapport. De verwachting is dat er voor de zorgnetwerken een mooie rol is weggelegd.
Recente berichten
Archieven
- januari 2025
- december 2024
- oktober 2024
- september 2024
- augustus 2024
- juni 2024
- mei 2024
- april 2024
- maart 2024
- januari 2024
- december 2023
- oktober 2023
- september 2023
- augustus 2023
- juli 2023
- juni 2023
- mei 2023
- april 2023
- maart 2023
- februari 2023
- januari 2023
- december 2022
- november 2022
- oktober 2022
- september 2022
- augustus 2022
- juni 2022
- mei 2022
- april 2022
- maart 2022
- februari 2022
- januari 2022
- december 2021
- november 2021
- oktober 2021
- augustus 2021
- juli 2021
- juni 2021
- mei 2021
- april 2021
- maart 2021
- februari 2021